In sterren reeds geschreven En je bent zonder gezicht Je hult je in een zwarte jas En besteelt ons van het licht Je slaat ons met je regen En je geselt ons met ijs Je komst blijft niet onopgemerkt Als je terugkeert van je reis Herfst
Je duist're troon bestegen Van het goddelijk gerecht Zelfs bomen hebben zich gehoorzaam Bij jouw wetten neergelegd Het groen teruggetrokken En aan kleuren uitbesteed Door de wind geruisd, gemarteld En uiteind'lijk uitgekleed Herfst
Je weeft je kille nevels Zoals dat jou alleen maar lukt Maar het is je grijze mantel Die op mijn gedachten drukt Want ik zie de zwarte takken Als knoken in de lucht De gekromde heksenklauwen Jagen vogels op de vlucht Herfst
De zwarte kraaien krassen In steeds vroeger avondrood De wind over de akkers Danst de tijdelijke dood Je klokt de zonnen onder En je slaat het laatste uur Van de zomer die nu sterven moet In het vlammend bladervuur Herfst