Hoge bomen, waar de wind Als een muzikant in speelde Liedjes, enkel voor een kind Dat zich alles kon verbeelden En nog ongehinderd sprak Met de dieren en de dwergen Hoge bomen, bomen als een dak Om de wereld te verbergen
Hoge bomen, waar een kind Zich zo klein en bang bij voelde Wanneer de oktoberwind Fluitend door de takken woelde Bomen met geen ander lied Dan het krassen van de raven Want de vogels, de vogels zingen niet Als de zomer wordt begraven
Hoge bomen van het woud Ze zijn allemaal verdwenen En de laan is leeg en koud Recht en strak met grijze stenen Kleine bomen die er staan Waarop ik niet meer mag hopen Langs mijn oude, mijn oude Spanjaardslaan Zal alleen mijn kleinkind lopen
Hoge bomen, waar de wind Net als toen weer in zal zingen Liedjes voor een spelend kind Dromend van dezelfde dingen Huilend om dezelfde pijn En de Bavo speelt daarboven Dat zal net, zal net als vroeger zijn Laat ik daarin maar geloven