De gedachten zijn vrij: wie kan ze beletten Ze ijlen voorbij naar eigene wetten Geen mens kan ze raden of grijpen of schaden Hoe sterk hij ook zij: de gedachten zijn vrij
Ik denk wat ik wil - wie zal 't mij verbieden Mijn denken gaat stil waarheen het wil vlieden Mijn wens en verlangen neemt niemand gevangen Hoe sterk hij ook zij: de gedachten zijn vrij
En als men mij sluit in donkere kerker Dan lach ik ze uit - de geest is toch sterker Hij breekt onverdroten de grendels en sloten En werpt ze terzij: de gedachten zijn vrij
Daarom wil ik voor immer verbannen de zorgen En wil ik ook nimmer meer bang zijn voor morgen Je kunt toch van binnen de vreugde beminnen En denken daarbij: de gedachten zijn vrij