'k Woon in Ede, boze droom Het leven is daar saai en sloom En tevens woest. En tevens leeg Zodat ik een depressie kreeg En ook eczeem en wat niet al Een maagsteen, nierzweer, haaruitval
refr.: 't Is geen dorp, 't is geen stad Maar een groot en gapend gat
De domheid schreeuwt er van de daken Ongeschooldheid is in tel Ze munten uit in herrie maken Per man tienduizend decibel Een gevoelig oor wordt aangerand Daar in Ede, Gelderland
refr.
De mannen? Zware onderkaken Dom. Luidruchtig. Grofbesnaard Van de vrouwen moest ik braken Hun dikke lijven, zwaar behaard Ik kan persoonlijk niet genieten Van een stel behaarde tieten
refr.
Elke burger, burgeres Heeft er een woordenschat van zes Hun dialect klinkt als de prut Van een verstopte gootsteenput Hun taalgebruik heeft er de zwier De schoonheid van bevlekt toiletpapier
refr.
Als zich een grote knal laat horen Veroorzaakt door een zware bom Dan is aan Ede niks verloren Als ik levend uit de krater kom