Wanneer ik in mijn koestal tree En 'k zie hoe 't redeloze vee Op mangelwortels zich vergast Zwelt 't boerenhart mij in mijn bast! Ai! Welk een aantal, tweemaal elven Ziet 't schone stro waarop elk leit Ziet hunne dikke buiken welven Langs lijnen van geleid'lijkheid! Ziet hunne tweeentwintig staarten Vast opgebonden met een touw Veel hechter dan de band des harten De nooit onvolprezen huw'lijkstrouw! O Heer, wat gij mij ook wilt geven Neem vrouw en kindren tot U op Doch laat mijn runderen in leven Ze kosten me elk tweehonderd pop!