Zat aan het raam met een zotskap op En sleep een helder glas Zeven godgelijke herders Zaten in het gras En de zon ging voorbij In een narrenschip Maar niemand die het begreep
Zat aan het raam met een zotskap op En al mijn dromen uit Zeven godgelijke lijsters Zaten op je huid En de maan kwam voorbij Met een koningsmuts Maar niemand die het begreep
Vandaag graaf ik een graf Voor de muggen en de muizen Voor de spinnen en de luizen Van mijn verleden tijd
Zat aan het raam met een zotskap op En sleep een harde droom Zeven godgelijke minnaars Met een mond vol hoon En de tijd ging voorbij Op een dodenkar Maar niemand die het begreep
De lieven, de liefsten De dieven, de brieven Van mijn verleden tijd Van mijn verleden tijd
Zat aan het raam met een zotskap op En sleep een helder glas Zeven godgelijke herders Zaten in het gras En de dood kwam voorbij Met een nachtmuts op Maar niemand die het begreep