refr.: Je bent niet hip, je bent niet vlot Je ouwe fiets is altijd kapot Je bent niet rijk, je bent niet knap Je drinkt geen bier, maar tomatensap Je hebt een baan, waarvan je zegt Hij is niet goed hij is niet slecht Maar jij bent lief en reuze trouw Jij hoort bij mij en ik bij jou
Ja, wie had dat ooit gedacht Hoe kan zoiets bestaan Nee, dat had ik nooit verwacht Dat ik met jou zou gaan Ik vond je altijd reuze sloom Maar nu ben jij de man Waarvan ik elke nacht weer droom Ik denk zo nu en dan
rerfr.
'k Weet nog dat 't zo begon 't Was op een dag in maart Jij kwam, jij zag en overwon En ik was van de kaart Ik stond gewoon totaal perplex Want jij gaf mij een zoen En zei "Meid, jij hebt zoveel sex Ik kon er niets aan doen"