We zijn al sinds de kleuterschool vriendinnen van elkaar Maar ik weet 't niet: de laatste tijd erger ik me aan haar Ze doet zo raar de laatste tijd, net of ze me niet wil En ruzie is 'r niet geweest, hoe komt ze dan zo kil
Terwijl ik toch de oudste ben, zegt zij wat we gaan doen Ze speelt de baas, zij weet het goed, ik erger me soms groen Ze doet alsof d'r neus bloedt, maar ik wil d'r nog niet kwijt Ze maakt me veel te bazig met d'r onverschilligheid
Nu lig ik wakker in de nacht en achter 't gordijn Daar is dat angstige heelal, waar maan en sterren zijn Ik zie de takken voor m'n raam, in de lantarenschijn Bah, ik lig klaar wakker in de nacht en ik moet eenzaam zijn
Ik vraag me in m'n eentje af: hoe kan dat toch bestaan Dat vriendschap, echte vriendschap dus, zomaar voorbij kan gaan Nu ja, morgen zal ik 't d'r vragen Morgen zal ik 't d'r uitleggen